|
Onderwerpen: Eerste controle - Vervolgcontrole - Bloedonderzoek
Eerste controle Deze eerste controle duurt ongeveer 30 minuten. Tijdens deze eerste controle worden er veel vragen gesteld over je ziektegeschiedenis (operaties, medicijngebruik etc.), allergieën, het verloop van eerdere zwangerschappen, miskramen, bevallingen en je menstruele cyclus. Het doel hiervan is een indruk te krijgen van je gezondheid op dit moment en in het verleden. Door deze vragen kunnen we eventuele risico's inschatten met betrekking tot de zwangerschap, bevalling of het kraambed.
Ook de gezondheid van je partner en directe familie is belangrijk, met het oog op erfelijke aandoeningen. Het is voor deze eerste controle dan ook belangrijk na te gaan of er aangeboren aandoeningen of andere bijzonderheden in de directe familie voorkomen (bijv.:hartafwijkingen, heupafwijkingen, open ruggetje, syndroom van Down).
Verder zal de bloeddruk gemeten worden en word je gewogen. Door het gewicht te bepalen kunnen we in de gaten houden of je normaal aankomt. Zo kunnen we voedingsadviezen geven als je teveel aankomt of juist moeite hebt met eten.
Ben je 11 à 12 weken zwanger, dan proberen we met de doptone naar de harttonen van de baby te luisteren. We geven formulieren mee voor bloedonderzoek. Dit kan op diverse locaties die worden vermeld op de achterzijde van het laboratoriumformulier. Ook geven we papieren mee voor de termijnecho die gemaakt wordt in Verloskundig Centrum Het Palet te Dordrecht.
Bloed wordt onderzocht op bloedgroep en rhesusfactor, irregulaire antistoffen, rode hond (rubella) en op de geslachtsziekten lues, hepatitis B en HIV, tevens wordt het ijzergehalte bepaald. Verder zullen we informatie geven over een aantal belangrijke onderwerpen zoals: voeding, leefwijze, roken, alcohol, het aanvragen van kraamzorg, erkenning van de baby indien jullie niet getrouwd zijn. Uiteraard wordt stilgestaan bij vragen en klachten. Je partner is bij alle controles van harte welkom!
Belangrijk om mee te nemen naar de eerste controle:
Datum eerste dag laatste menstruatie Datum van de zwangerschapstest(en) Verzekeringspas Gegevens over eerdere zwangerschappen en bevallingen als die niet in onze praktijk hebben plaatsgevonden
Vervolgcontrole Tijdens de zwangerschap kom je tussen de 10 à 12 keer bij ons op het spreekuur. Naarmate de zwangerschap vordert, kom je vaker op controle. De controles duren ongeveer 10 minuten. Tijdens de controles meten we de bloeddruk, het gewicht, bepalen we de groei van de baarmoeder en verder in de zwangerschap kunnen we ook de ligging en de groei van de baby vaststellen. Elke controle wordt naar de hartslag van de baby geluisterd. Daarnaast is er altijd tijd voor het beantwoorden van vragen en geven we uitleg en adviezen bij klachten.
Wij bieden een structureel echografisch onderzoek (SEO) aan rond 20 weken zwangerschap. Rond 30 weken zwangerschap wordt het ijzergehalte opnieuw bepaald. Aan het begin van de laatste maand (rond 36 weken) geven we een zgn. "beladvies" en informatie over de bevalling.
Het bloedonderzoek Bij de eerste controle worden papieren meegegeven voor een uitgebreid bloedonderzoek. Dit onderzoek wordt standaard gedaan bij elke zwangere vrouw in Nederland. Het bloed wordt onderzocht op bloedgroep, Rhesus-D factor, hemoglobinegehalte, antistoffen tegen rode bloedcellen, syfillis (lues), hepatitis B, HIV en immuniteit voor rode hond (rubella). Rond 30 weken zwangerschap laten we nog een keer je bloed onderzoeken op het hemoglobinegehalte voor het opsporen van bloedarmoede. Als er een indicatie is doen we ook onderzoek naar je suikergehalte (glucose) in het bloed. Dit om eventueel zwangerschapssuiker tijdig op te sporen.
Bloedgroep Het is belangrijk om een bloedgroep te weten voor het geval dat je een bloedtransfusie nodig hebt. De bloedgroep kan A, B, AB of O zijn.
Hemoglobinegehalte (Hb) Hierbij wordt nagegaan of je bloedarmoede hebt. Dit is goed te behandelen met ijzertabletten. Soms adviseren we een ijzerrijke siroop (bijvoorbeeld Floradix van Salus of Roosvicee Ferro).
Rhesus-D factor Als je deze stof in je bloed hebt ben je Rhesus-D positief. Heb je deze stof niet dan ben je Rhesus-D negatief. Dit is niets bijzonders, alleen als je Rhesus negatief bent is er wat extra aandacht nodig tijdens de zwangerschap om eventuele complicaties bij een Rhesus-positieve baby te voorkomen. Dit heeft te maken met de erfelijkheid van deze factor. Als je Rhesus-positief bent gebeurt er verder niets in de zwangerschap.
Als je Rhesus-negatief bent word je bloed bij 30 weken zwangerschap nogmaals onderzocht op eventuele Rhesus-antistoffen. Als je partner een positieve Rhesusfactor heeft kan hij dit doorgeven aan het kind waardoor je kind ook positief kan zijn. Tijdens de zwangerschap is er een kleine kans dat bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. Bij de geboorte is die kans zelfs vrij groot.
Komt er bloed van een Rhesus-positieve baby in de bloedbaan van een Rhesus-negatieve moeder kan zij afweerstoffen gaan maken. Deze antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed van de baby bereiken en afbreken, waardoor deze of een volgende baby bloedarmoede krijgt. Bij 30 weken krijg je een injectie met anti-Rhesus-D-immunoglobuline om de kans te verkleinen dat je antistoffen vormt. Voorheen kregen alleen de rhesus-negatieve vrouwen die zwanger waren van hun eerste kind deze injectie. De baby merkt hier niets van en loopt geen enkel risico door de injectie.
Na de bevalling nemen we wat bloed uit de navelstreng en dit wordt onderzocht op de Rhesusfactor van je kind. Als je kind Rhesus positief blijkt te zijn krijg je binnen 48 uur nogmaals een injectie met anti-Rhesus-D-immunoglobuline om aanmaak van antistoffen te voorkomen. Deze injectie is met name belangrijk voor een eventuele volgende zwangerschap.
Antistoffen tegen rode bloedcellen Je lichaam kan een aantal antistoffen maken door bijvoorbeeld een eerdere bloedtransfusie of door een eerdere zwangerschap. Bepaalde antistoffen kunnen de gezondheid van je baby schaden, omdat ze via de navelstreng en de moederkoek (placenta) het bloed van de baby kunnen bereiken en afbreken. Als er antistoffen worden gevonden in je bloed zal er verder onderzoek worden gedaan.
Syfillis / Lues Dit is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die je ongemerkt kan oplopen. In het begin van de zwangerschap wordt de baby nog beschermd door de moederkoek, maar later kan de baby ook geinfecteerd worden. Daarom is vroege behandeling van deze aandoening noodzakelijk.
Hepatitis B Dit is een infectieziekte van de lever door een virus. Dit kan met ziekteverschijnselen gepaard gaan, maar het kan ook onopgemerkt verlopen. Na een infectie blijft een deel van de mensen het virus bij zich dragen. Als je dit hebt ben je drager.
Tijdens de zwangerschap kan dit dragerschap geen kwaad voor de baby, maar tijdens de geboorte kan de baby alsnog in aanraking komen met het virus en geinfecteerd worden. Als je virusdrager bent krijgt je baby direct na de geboorte een injectie met een vaccin (inenting) en een injectie met een antistof. Dit wordt gedaan om infectie van de baby te voorkomen.
HIV Dit is het virus dat de ziekte aids veroorzaakt. Je kan het virus oplopen door onveilig te vrijen met iemand die met hiv is besmet of als besmet bloed rechtstreeks in je bloedbaan terechtkomt. Als je met dit virus besmet bent kan dit virus tijdens de zwangerschap of bevalling via het bloed op je baby worden overgedragen of daarna via borstvoeding. Dit kan worden voorkomen door speciale maatregelen en gebruik van medicijnen.
Immuniteit voor rode hond Als je als kind bent ingeënt tegen rode hond wil dit niet per definitie zeggen dat je immuun bent voor dit virus. Daarom controleren we dit in het bloed. Rode hond komt niet vaak meer voor, maar het kan zeer schadelijk zijn voor je ongeboren baby, met name vroeg in je zwangerschap.
Mocht blijken dat je niet immuun bent geven we je advies om 6 weken na de bevalling je alsnog te laten inenten via de huisarts of GGD. Tijdens de zwangerschap moet je voorkomen om met het virus in aanraking te komen.
Glucosecontrole Op bepaalde indicaties controleren we het bloed op het glucosegehalte. Als er in de directe familie suikerziekte voorkomt of als je eerder bent bevallen van een groot kind kan het reden zijn om dit te onderzoeken.
|